Het juiste lidwoord bij persoon is de. Je zegt dus “de persoon”, niet “het persoon”. Dit geldt ook in samenstellingen en meervoudsvormen: de personen, de persoonlijkheid. Van Dale bevestigt dat persoon een de-woord is.
Waarom is “de persoon” correct?
In het Nederlands heeft elk zelfstandig naamwoord een vast lidwoord: de of het. De-woorden zijn vaak mannelijke of vrouwelijke woorden, terwijl het-woorden onzijdig zijn. Persoon valt in de de-categorie. Er is geen alternatief of uitzonderingssituatie waarbij “het persoon” correct zou zijn.
Van Dale, de meest gezaghebbende woordenboekbron in Nederland, noteert persoon uitdrukkelijk als de-woord. Dat maakt “de persoon” de enige juiste keuze in geschreven en gesproken Nederlands.
Veelgemaakte vergissing
De verwarring ontstaat soms doordat het Duits “die Person” kent, wat ook een de-equivalent is, maar sommige mensen twijfelen door de uitgang op -oon, die bij enkele het-woorden voorkomt (zoals “het seizoen” of “het kantoor”). Die uitgang zegt echter niets over het lidwoord. Bij persoon blijft het altijd de.
Praktische voorbeelden met “de persoon”
- De persoon aan de deur wil u spreken.
- Wie is de persoon op de foto?
- De persoon in kwestie was niet aanwezig.
- Per persoon kost het vijf euro.
In al deze gevallen gebruik je de, nooit het. Ook in vaste uitdrukkingen als “in eigen persoon” of “per persoon” blijft de woordsoort onveranderd.
Twijfel je bij andere woorden over het juiste lidwoord? Een betrouwbare manier om dat te controleren is Van Dale online of de website welklidwoord.nl, die de officiële Van Dale-informatie gebruikt als bron.