Januari schrijf je met een kleine letter j: januari. Net als alle andere maanden in het Nederlands schrijf je het met een kleine letter, tenzij het woord aan het begin van een zin staat. Dan gebruik je uiteraard een hoofdletter.
Dit is een veelgemaakte fout: mensen schrijven “Januari” met een hoofdletter J, omdat het een eigennaam voelt. In het Nederlands is dat onjuist. Maandnamen zijn geen eigennamen en krijgen geen hoofdletter.
De juiste spelling van januari
De enige correcte schrijfwijze is januari, met een kleine letter. Dit geldt ook wanneer je de maand gebruikt in een zin zoals “in januari” of “op 15 januari”. De maand krijgt pas een hoofdletter als die als eerste woord van een zin staat, bijvoorbeeld: “Januari is de eerste maand van het jaar.”
Qua uitspraak zeg je: ja-nu-a-ri, met de klemtoon op de derde lettergreep. Het woord telt vier lettergrepen.
Hoe schrijf je januari in een datum?
In een voluit geschreven datum schrijf je januari altijd in kleine letters. Een paar voorbeelden:
- 15 januari 2025
- 1 januari 2026
- maandag 6 januari 2025
Gebruik je een datumnotatie met cijfers, dan vervang je januari door het getal 01, zoals in 15-01-2025 of 01/01/2026. In dat geval schrijf je de maand uiteraard helemaal niet uit.
Januari in het Engels
In het Engels schrijf je januari als January, met een hoofdletter J. Dat is een verschil met het Nederlands: in het Engels krijgen alle maandnamen een hoofdletter. Schrijf je een datum in het Engels, dan gebruik je dus altijd de hoofdletter, zoals in “15 January 2025” of “January 15, 2025” in de Amerikaanse notatie.
Let dus goed op in welke taal je schrijft. In het Nederlands: kleine letter. In het Engels: hoofdletter. Dat is de simpelste manier om het te onthouden.
De spellingconventie in het Nederlands is duidelijk: januari, februari, maart en alle andere maanden schrijf je altijd met een kleine letter. Twijfel je bij andere maanden? Dezelfde regel geldt voor elk van de twaalf. Wie dat eenmaal weet, maakt de fout nooit meer.