Hoe schrijf je “finish”? Spelling, gebruik en voorbeelden

“Finish” schrijf je precies zoals het er staat: f-i-n-i-s-h. Het is een Engels leenwoord dat in het Nederlands volledig is ingeburgerd en onveranderd wordt overgenomen. Je hoeft het niet aan te passen aan de Nederlandse spelling.

De juiste spelling van finish

Het woord “finish” schrijf je altijd met een dubbele s aan het eind: f-i-n-i-s-h. Een veelgemaakte fout is “finisch” of “finis”, maar dat is onjuist. De correcte schrijfwijze is gewoon “finish”, zoals in het Engels. Omdat het een leenwoord is, houdt het zijn originele Engelse spelling in het Nederlands.

Let op het verschil met vervoegingen. Als je “finish” als werkwoord gebruikt, pas je het wél aan de Nederlandse grammatica aan:

  • ik finish
  • jij finisht
  • hij/zij finisht
  • wij finishen
  • ik finishte (verleden tijd)
  • gefinisht (voltooid deelwoord)

De stam van het werkwoord is “finish”, en je voegt de gewone Nederlandse uitgangen toe. Omdat de stam eindigt op een stemloze medeklinker (de sh-klank), schrijf je de derde persoon enkelvoud met een t: “hij finisht”.

Finish als zelfstandig naamwoord

Als zelfstandig naamwoord betekent “finish” het einde of de eindstreep, bijvoorbeeld bij een wedstrijd. Je gebruikt dan “de finish” (het is een de-woord). De meervoudsvorm is “finishes”. Voorbeelden:

  • “Hij sprint naar de finish.”
  • “De finish lag op de Champs-Élysées.”
  • “De wedstrijd kende drie spannende finishes.”

“Finish” kan ook een afwerking of eindlaag betekenen, zoals bij verf of meubels. In dat geval gebruik je het woord op dezelfde manier: “de finish van het meubel was mat”, of “een glanzende finish”.

Hoe schrijf je finish in combinatie met andere woorden?

Samenstellingen met “finish” schrijf je aan elkaar of met een koppelteken, afhankelijk van de combinatie. Veelgebruikte voorbeelden:

  • finishlijn (aan elkaar, als vaste samenstelling)
  • fotofinish (aan elkaar)
  • finish-area of finishgebied (beide vormen komen voor)

Een handige vuistregel: als het één duidelijk begrip is dat je als geheel kent, schrijf je het aan elkaar. Twijfel je? Gebruik dan het koppelteken als tussenoplossing.

Veelgemaakte spelfouten bij finish

De meeste schrijffouten ontstaan doordat mensen het woord proberen te vernederlandsen. Zo zie je soms “finis”, “finisch” of “finisjt” voorbijkomen. Geen van deze varianten is correct. Houd gewoon de Engelse basisvorm “finish” aan en voeg daar de Nederlandse uitgang aan toe als het als werkwoord wordt gebruikt.

Een andere veelgemaakte fout is de verleden tijd. Correct is “hij finishte” (niet “finiste” of “finishde”). Omdat de sh-klank stemloos is, gebruik je de t-variant in de verleden tijd.

Kort samengevat: schrijf altijd “finish” met de Engelse spelling, gebruik bij werkwoordsvormen de gewone Nederlandse uitgangen, en wees extra alert op de verleden tijd “finishte” en het voltooid deelwoord “gefinisht”.