Hoe schrijf je wifi? De juiste spelling uitgelegd

Wifi schrijf je met kleine letters: wifi. Dat is de officieel aanbevolen spelling in het Nederlands, zoals vastgesteld door het taalgenootschap Onze Taal. Je schrijft dus niet Wi-Fi, WiFi of Wifi, maar gewoon wifi, helemaal in kleine letters en zonder koppelteken.

Waarom schrijf je wifi met kleine letters?

Wifi is oorspronkelijk een afkorting, maar in het Nederlands geldt de regel: een afkorting die je uitspreekt als een gewoon woord, schrijf je als een gewoon woord. Denk aan woorden als laser, radar en sonar. Die zijn ook ooit begonnen als afkorting, maar worden nu als gewone woorden geschreven, met kleine letters.

Datzelfde geldt voor wifi. Je spreekt het uit als één woord (“wai-fai”), dus behandel je het ook als een gewoon zelfstandig naamwoord. En gewone zelfstandige naamwoorden schrijf je in het Nederlands met kleine letters, tenzij ze aan het begin van een zin staan.

Wat is de juiste schrijfwijze: wifi, Wi-Fi, WiFi of Wifi?

Er zijn vier varianten die je regelmatig tegenkomt. Hieronder zie je het verschil:

  • wifi: de correcte Nederlandse spelling, aanbevolen door Onze Taal.
  • Wi-Fi: de officiële technische schrijfwijze van de Wi-Fi Alliance, de organisatie achter de standaard. Dit is correct in een technische of internationale context, maar in gewoon Nederlands gebruik je dit niet.
  • WiFi: een veelgebruikte variant, maar niet de standaard in het Nederlands.
  • Wifi: met een hoofdletter, alsof het een eigennaam is. Dit is ook niet correct in het Nederlands.

In gewone Nederlandse teksten kies je dus altijd voor wifi. Schrijf je een technisch document of een tekst in het Engels, dan kan Wi-Fi de juiste keuze zijn.

Hoe gebruik je wifi in een zin?

Omdat wifi een gewoon woord is geworden, gebruik je het ook gewoon als zelfstandig naamwoord. Je kunt er lidwoorden en verkleinwoorden aan koppelen zoals bij elk ander woord. Een paar voorbeelden:

  • Het wifi werkt niet.
  • Verbind je apparaat met het wifi-netwerk.
  • Heb jij wifi thuis?
  • Ik gebruik het openbare wifi van het café.

Samenstellingen met wifi schrijf je aan elkaar of met een koppelteken als dat de leesbaarheid verbetert. Denk aan: wifiwachtwoord, wifi-verbinding, wifi-netwerk. Voor langere samenstellingen gebruik je een koppelteken om verwarring te voorkomen.

Kortom: twijfel je over de spelling? Schrijf gewoon wifi, volledig in kleine letters, en je zit altijd goed in het Nederlands.